Blended Learning: hoe doe je dat?

Mark Holmwood

Wat is Blended Learning? Recent heb ik hierover een lezing verzorgd op een conferentie georganiseerd door Dünya Education in Antalya (Turkije). Aan het begin van de lezing stelde ik het publiek – allemaal docenten – de vraag wat zij dachten dat Blended Learning was. De antwoorden waren gevarieerd en interessant, maar het geven van een heldere definitie bleek moeilijk. Eigenlijk is dat niet zo vreemd, want de definitie van Blended Learning verandert continu.

Volgens Innosight is de definitie van Blended Learning anno 2016 als volgt:

Een formeel onderwijsprogramma waarin een leerling minstens gedeeltelijk leert door middel van online materiaal en instructie, waarbij de leerling gedeeltelijk de controle heeft over tijd, plaats, leerpad en/of tempo, en minstens gedeeltelijk onder toezicht op een locatie anders dan thuis.

De kern van deze definitie:

  • een formeel onderwijsprogramma
  • een combinatie van online en les in een fysiek gebouw met persoonlijke begeleiding
  • leerlingen hebben enige controle over hun leerpad

Blended Learning is niet per se één bepaalde manier van lesgeven, maar het is een onderwijsconcept met een scala aan mogelijkheden. Het diagram hieronder geeft een indruk van deze mogelijkheden.

vormen van blended learning

Bron: Innosight Institute

Waarom Blended Learning?

De meeste docenten die kiezen voor Blended Learning doen dat om de resultaten te verbeteren. Blended learning helpt je bij het vergroten van de interesse en betrokkenheid van de leerlingen. Een ander voordeel van Blended Learning is de mogelijkheid om te differentiëren binnen één of meerdere klassen.

Ook financieel bied Blended Learning voordelen, want de onderwijstijd neemt aanzienlijk toe terwijl de kosten beperkt zijn. Een argument waar schooldirecties gevoelig voor zijn.

Flipping the classroom

In dit artikel leggen we de nadruk op het rotatiemodel, wat betekent dat er afwisseling is tussen zelfstandig online leren en klassikaal leren. We gaan in het bijzonder kijken naar het flipped classroom-model.

‘Flipping the classroom’ valt onder het rotatiemodel, maar het principe kan ook gebruikt worden bij andere vormen van Blended Learning. Wat van belang is, is dat leerlingen de instructie online krijgen, voorafgaand aan de klassikale les.

flipped classroom

Bron: Innosight Institute

Online instructie voorafgaand aan de les heeft veel voordelen:

  1. Leerlingen hebben gedeeltelijk de regie over hun eigen leerpad. Hierdoor kan iedere leerling leren op een manier die bij hem of haar past.
  2. De lessen krijgen een heel ander karakter doordat leerlingen al bekend zijn met de stof en de opgedane kennis actief kunnen gebruiken.
  3. Het wordt voor de leerlingen gemakkelijker om de stof te onthouden, doordat ze het geleerde in de les kunnen toepassen.

Er zitten echter wel wat haken en ogen aan ‘flipping the classroom’. Het gebruikte lesmateriaal moet geschikt zijn voor deze manier van lesgeven. Als docent kun je je eigen online materiaal maken, maar dat kost al gauw meer tijd dan je als docent kunt missen. In feite ben je dan je eigen methode aan het ontwikkelen.

Het kan lastig zijn om leerlingen echt te laten meedoen, maar met het juiste materiaal wordt dit makkelijker. Maak ouders en leerlingen duidelijk wat je verwacht en kies een goede methode met leerlingvolgsysteem zodat het gemakkelijker is om je leerlingen te volgen. Uiteindelijk wil je dat leerlingen zelf zien dat ze vorderingen maken en dat ze ook hun eigen prestaties in de gaten houden.

‘Flipping’ in de praktijk

Als voorbeeld nemen we een les Engels. De klas bestaat uit leerlingen van verschillende niveaus. De docent laat de leerlingen op hun eigen niveau werken binnen de online methode. Dat betekent dat sommige leerlingen op ERK-niveau B1 werken en anderen op B2. De docent weet dat een paar leerlingen moeite hebben met de stof.

Het onderwerp van de les van vandaag is criminaliteit. Het lesplan is op het niveau B1. Zelfs de zwakste leerlingen hebben de woordenschat voor dit onderwerp al geleerd. De snellere leerlingen hebben dit onderwerp een paar maanden geleden al online doorgewerkt, maar de docent wil dat ze dit nu in de les herhalen.

Na een korte intro bekijken de leerlingen een videofragment. Daarna worden ze in groepen geplaatst om een puzzel op te lossen. Terwijl de snellere leerlingen de puzzel aan het oplossen zijn, helpt de docent de groepen met zwakkere leerlingen. Hoewel ze minder snel werken, zijn ze enthousiast bezig met de puzzel.

Zoals je ziet zijn er veel overeenkomsten met traditionele vormen van lesgeven, maar de tijd waarin de docent aan het woord is is flink minder geworden en de betrokkenheid van de leerlingen is verbeterd. Omdat leerlingen al bekend zijn met de stof, hoeft er weinig tijd besteed te worden aan uitleg. De docent is eigenlijk meer coach geworden. Wat vooral opvalt is dat de docent meer tijd heeft om zwakkere leerlingen te helpen, terwijl snellere leerlingen zelfstandig doorwerken. Tot op zekere hoogte kan het feit dat leerlingen online op hun eigen niveau werken, genegeerd worden. Het is duidelijk dat sommige leerlingen betere vaardigheden hebben, maar de taak die de docent opgeeft blijft hetzelfde.

Andere modellen

Veel aspecten uit het ‘flipped classroom’-model kunnen ook worden toegepast op andere modellen. Welk model je kiest zal afhangen van de faciliteiten waarover je beschikt en van het soort klas en school. Bij mijn bezoeken aan Nederlandse scholen heb ik veel docenten Blended Learning zien toepassen zonder dat ze het zelf beseften. Andere scholen zijn er actief mee bezig en gaan zelfs zover dat ze de hele school aanpassen naar het Blended Learning-concept.

In een volgend artikel kijken we naar andere modellen en zullen we zien hoe deze de leeropbrengst verder kunnen verbeteren.