Het is best spannend om een klas die je net rustig hebt gekregen aan het werk te zetten met een taak waarbij de studenten met elkaar praten. Het volume in de klas stijgt, je hebt het gevoel dat je niet meer weet of iemand nu wel of niet bezig is met de taak, opeens wordt er in een groepje ook nog hard gelachen en je besluit de les stil te leggen om vervolgens de studenten zelfstandig aan hun opdrachten te laten werken.

Als docent weet je dat gespreksvaardigheid een grote rol speelt in het aanleren van een nieuwe vreemde taal. Volgens Patricia Rose, leerplanontwikkelaar Engels bij het SLO, is gespreksvaardigheid zelfs de ultieme taaluiting van studenten, want dan weet je pas echt wat ze kunnen. Vandaar dat zij graag voorstelt om gespreksvaardigheid een grotere rol te geven in de (eind)beoordeling van studenten. Maar hoe kun je met ongeveer 25 studenten de gespreksvaardigheid oefenen, zonder de controle te verliezen?  

Schijf van vijf

Patricia laat ons kennismaken met de ‘schijf van vijf’ van Westhoff (2008). Om gespreksvaardigheid te bevorderen in de klassikale lessen helpt het als je de items van de ‘schijf van vijf’ inzet om de lessen vorm te geven. Vandaar dat wij graag deze schijven met concrete aanvullingen van Patricia willen delen.

 

Eerste schijf: input

Veelal wordt deze eerste schijf in het begin van de les toegepast. Het betreft de blootstelling aan de nieuwe vreemde taal, oftewel de input. Tegenwoordig komt het steeds vaker voor dat de input al is gegeven voordat de klassikale les begint. Het gaat dan om het toepassen van flipping the classroom waarbij vooraf, eventueel online, de input wordt aangeboden. Ongeacht op welk moment de input wordt aangereikt, zijn twee componenten van belang; De input moet uitvoerig en rijk zijn. Dit houdt in dat de input grote hoeveelheden bevat en deze ook vaak herhaald moet worden. De manier waarop de nieuwe input of de herhaling wordt aangeboden moet rijk, gevarieerd zijn. Denk hierbij aan filmpjes, luisterfragmenten en een verhaal lezen.

Voor de docent ligt hier de taak om de input in een opbouw aan te bieden. In het eerste jaar zal langzaam moeten worden gesproken met korte zinnen en veel gebiedende wijs. Daarnaast moeten woorden terugkomen, zodat deze herkenning bij de studenten oproepen. Het gebruik van gebaren/mimiek zal het spreken ondersteunen. Voor sommige studenten is deze visuele ondersteuning belangrijk om de taal te begrijpen.

Het zal vast en zeker een keer voorkomen dat jij als docent even niet op een woord komt of dat je achteraf denkt, ‘deze zin liep voor geen meter’. Wees gerust, docenten mogen ook fouten maken. Blijf wel in het Engels praten, want zodra je verder gaat in het Nederlands ben je geen input meer aan het geven. Doeltaal is dus echt voertaal.

Tweede schijf: inhoudsgerichte verwerking

Westhoff heeft in zijn ‘schijf van vijf’ drie soorten verwerking opgenomen. Deze schijf bevat de eerste verwerkingsvorm, namelijk: inhoudsgerichte verwerking. Tijdens deze verwerking wordt er betekenis gegeven aan het geleerde. Een manier om dit te doen is door taken uit te kiezen die bij de interesses van de studenten aansluiten. Door deze aansluiting zijn de studenten meer intrinsiek gemotiveerd, wat bij het leren van een nieuwe taal belangrijk is. Een andere mogelijkheid is om thematisch te werken en de taken hierop aan te laten sluiten.

Een voorbeeld van een taak binnen een thema is ‘De Soapscène’ uit het boek Differentiëren in het talenonderwijs: Kleine ingrepen, grote effecten van onder andere Johan Keijzer. Tijdens deze opdracht wordt een rollenspel uitgespeeld. De studenten krijgen een kaartje met een situatie erop (uit echte soapseries die door veel studenten worden bekeken) en vervolgens moeten zij gaan improviseren. Om deze taak te kunnen voltooien, hebben de studenten in eerdere taken een vergelijkbaar gesprek gehad in tweetallen waarbij eerst veel structuur werd geboden (hele zinnen voorgeschreven) en deze vervolgens werd afgebouwd.

Informatie terzijde:

Johan Keijzer heeft samen met Det van Gils en Karen Verheggen recent een boek gepubliceerd bij Uitgeverij Coutinho met nog meer voorbeelden van taken: Differentiëren in alle vakken, 101 werkvormen en tips voor het voortgezet onderwijs.

Derde schijf: vormgerichte verwerking

Een andere verwerkingsvorm betreft de vormgerichte verwerking. Het gaat hier om het vormgebruik van de taal, oftewel de taalstructuren. Taalstructuren kunnen expliciet of impliciet worden aangeleerd. Op lagere niveaus zal de aandacht vooral uitgaan naar impliciete taalstructuren, zoals chunks. De studenten verwerven indirect de chunks door de input die ze krijgen. Tevens gebruiken zij chunks in hun taalgebruik, zonder de onderliggende expliciete taalstructuren te weten. Het aanleren van expliciete taalstructuren vindt pas later plaats in het verwervingsproces. In een eerder artikel gebaseerd op Westhoff’s uitgangspunten, is meer informatie te vinden over deze schijf. 

In deel 2 van deze serie bespreken we de laatste twee schijven, de productieve rol van de studenten en strategisch handelen. Tevens beschrijven we een voorbeeldles gebaseerd op de ‘schijf van vijf. Probeer alvast eens één of twee nieuwe elementen toe te voegen in een communicatieve les en voordat je het weet verschijnt deel 2 al!

Veel plezier met uitproberen!